Skip to content

Zwart? Wit? Of toch grijs?

Zwart? Wit? Of toch grijs? published on 6 Reacties op Zwart? Wit? Of toch grijs?

 

zwart,wit,grijs,mens,therapeut,autisme.zoon,toekomst                                                                                                           Vandaag viel hij dan eindelijk op de deurmat, de uitspraak van het UWV over de toekomst van onze Kenzo. Ik heb maandag al telefonisch contact gehad met de arbeidsdeskundige dus ik wist wat hun oordeel zou zijn. Maar als je het dan zo zwart-wit op papier leest is dat voor deze moeder toch even slikken.

Zowel de verzekeringsarts als de arbeidsdeskundige hebben bij de uitspraak een heel verslag toegevoegd met hun bevindingen. En hoewel het meeste al bekend was omdat dat overgenomen is uit de dossiers die we zelf moesten aanleveren komt dat dan toch hard binnen. Hun conclusie is duidelijk, volgens hen heeft Kenzo geen arbeidsvermogen en zal hij dat in de toekomst ook niet ontwikkelen. Dat is erg zwart, voor mij in elk geval.

Het wit is wat we zelf inkleuren, wat we thuis van hem zien. De lieve jongen die een pan kippensoep voor me klaar had staan toen ik thuiskwam uit het ziekenhuis na een pittige operatie. Het wit is de lieve jongen die een prachtige blauwe orchidee met zorg heeft uitgezocht voor moederdag, omdat die zo mooi staat in mijn praktijk. De jongen die grapjes met mij maakt en mij loedertje noemt in plaats van moedertje. De lieve jongen die ik alleen zag huilen toen mijn moeder overleden was. De lieve jongen met het hart van goud, dat is het wit.

Het grijze is alles daar tussenin. De realiteit waarmee we moeten leven. Het grijze dat ook angst met zich meebrengt, zorgen voor de toekomst. Nu zijn wij er nog om alles in goede banen te leiden. En dat doen we met alle liefde. Maar er komt een dag , dan zijn wij er niet meer. Wie zorgt er dan voor Kenzo? Het huidige zorgstelsel wekt bij mij in elk geval niet veel vertrouwen, zeker niet als het om het welzijn van mijn zoon gaat. Wie komt er straks voor zijn belangen op? Ik vecht als een leeuwin voor hem, altijd gedaan. Zijn komst heeft mij destijds de kracht gegeven om het leven aan te gaan, om door te leven en hij heeft me zoveel over mezelf geleerd. Wie neemt dat straks over? Dat is het grijze.

En als therapeut zou ik tegen mezelf zeggen dat het niet zoveel zin heeft om me nu al zorgen te maken over een toekomst die er nog niet is. Maar ik ben niet alleen een therapeut, ik ben bovenal een mens. Als je me knijpt roep ik au, en als ik dan de uitspraak van het UWV lees, dan huilt mijn moederhart. Dus ik neem even de tijd om hier verdrietig over te zijn en ga vervolgens weer met een zo open mogelijke blik de toekomst in. Dat dan weer wel.

Liefs, Wendy

De schuld en schaamte voorbij…..

De schuld en schaamte voorbij….. published on 4 Reacties op De schuld en schaamte voorbij…..

seksueel misbruik, trauma, therapeut,leven,verdriet

Ik vraag van mijn cliënten om zich open te stellen en hun verhaal te doen bij mij. Dan is het wel zo fair dat ik dat zelf ook doe, althans zo voelt het voor mij. Ik heb al eerder het feit benoemd dat ik seksueel misbruikt ben. In dit blog lees je mijn verhaal zoals ik dat 4,5 jaar geleden opgeschreven heb over wat mij is overkomen …..de schuld en schaamte voorbij

Etten-Leur, 23 november 2011

Beschadigd

Ik ben beschadigd. Woorden die ik nu iets meer als 19 jaar geleden tegenover Egon uitte. Waarom gebruik ik nou zo’n zwaar woord? Voelde me een drama Queen en een aansteller. Hoezo was ik beschadigd? Door die paar vriendjes die me besodemieterd hadden? Omdat het thuis niet altijd even makkelijk was? Toch gebruikte ik juist die zin: Ik ben beschadigd. Dat ben ik nooit vergeten. De waarheid zat toen nog ver weggestopt, ergens in een donker hoekje van mijn geest.Egon pakte het goed op trouwens, nam alle tijd zodat we elkaar goed leerden kennen. Geen haast, geen druk, en dat gaf me genoeg vertrouwen om hem in mijn leven toe te laten. En het leven ging verder, we gingen samenwonen, 3 jaar later trouwden we, en een kleine 2 maanden later werd Kenzo geboren. Achttien maanden later gevolgd door zijn zusje Zowy. En weer kabbelde het leven ogenschijnlijk rustig verder. Gewoon met ups en downs net als bij iedereen dacht ik.Tot tweeënhalf jaar geleden: het grote gevoel van onrust in mij. Was dit het nou? Moest ik zo verder tot ik oud en grijs was? Lieve man, twee prachtige kinderen maar toch stilletjes aan doodbloeden van binnen. Dat kon toch niet de bedoeling zijn? Mijn leven had toch zeker meer betekenis als dit? Op zoek naar antwoorden ging ik naar Jac van Dongen  die me bewust maakte van het feit dat ik mijn leven door angst liet leiden. Ik had een “veilige” wereld gecreëerd met mijn gezin. Daar mocht niemand aankomen. Iemand heeft me eens mensenschuw genoemd, en terecht. Niemand kwam voorbij de muur die ik om mezelf had heen gebouwd,  zelfs niet diegene die me het meest dierbaar waren. Jac leerde me stapje voor stapje om mijn verschillende angsten het hoofd te bieden.

En zo kwam ik bij Den Engel terecht. Daar leerde ik van Rian en Marjan hoe onvoorwaardelijke liefde voelt. In dat warme nest durfde ik het langzaam maar zeker aan om de confrontatie met mezelf aan te gaan. Ik heb mezelf toen beloofd om die ontwikkeling aan te gaan, koste wat kost. Al zou ik er bij neervallen. En dat heb ik gedaan, stapje voor stapje vooruit, soms twee stappen terug. Zo durfde ik steeds meer voor mezelf te kiezen en kwam ik langzaam maar zeker in het reine met het verleden. Zo ben ik apetrots op de relatie die ik nu heb met Papa en Mama. Eentje van liefde en het gevoel dat het goed is zoals het is. Daar heb ik hard voor geknokt. Maar dat is het waard geweest.

En zo koos ik er begin dit jaar voor om aan een opleiding te beginnen. Om straks datgene te gaan doen waar mijn hart ligt: mensen helpen. Ook bij de opleiding heeft je eigen persoonlijke ontwikkeling een prominente plek. En zo startte ik met leertherapie en intervisie. Zo werd ik langs meerdere kanten tegelijk geprikkeld en mijn proces kwam in een soort stroomversnelling terecht. Ik werd sterker, krachtiger en gevoel begon langzaamaan weer een plaats te krijgen in mijn leven. Ik leerde hoe het voelt om voor mezelf op te komen, mijn grenzen aan te geven. En dat voelde goed, mijn IK werd weer belangrijk.

Bij de intervisie in maart liet Wilma zich iets ontvallen in de trant van : “wat jou is aangedaan”. Een opmerking die me niet meer los heeft gelaten. Kort daarna kwam de herinnering terug aan een sessie bij Jac, al zo’n zes of zeven jaar geleden. Hij vertelde me dat er een overleden familielid bij me was. Een man, en hij had veel met hout te maken. Die man kwam iets met me goedmaken. Intuïtief wist ik dat het ome Cor was maar ik heb nooit begrepen wat hij met mij goed te maken had.  Daarna kwam het beeld terug van de badkamer van ome Cor en tante Pauline in hun huis in Wouw. En een geur van zeep en een fles Palmolive, met van die uitsparingen aan de zijkant voor je duim en vingers.Op een dinsdagmiddag toen ik aan het stofzuigen was bij mevrouw Dam kwamen al deze herinneringen als een film voorbij. En voor het eerst dacht ik: Zou het kunnen dat……? Is het mogelijk dat ……? Maar waarom weet ik dan niet. Mijn verstand kon en wilde het niet geloven. Ik was er op dat moment niet aan toe om de waarheid onder ogen te zien. Wilde het niet weten. Toch kwam deze film meerdere malen op de meest onverwachtse momenten voorbij en ik heb overwogen om aan Wilma te vragen of het mogelijk is dat iemand seksueel misbruikt is maar dat verdrongen heeft. Maar uit angst om voor gek versleten te worden vraag ik het niet.

Met de intervisie in oktober werd weer een stuk verdriet geraakt. Joke begint me te ondervragen over mijn leven en tot slot vraagt ze wat ik daar zelf van vond. Op dat moment realiseerde ik me dat ik eigenlijk mijn hele leven lang alles alleen doe zonder andere mensen daar in te betrekken. En hoe eenzaam dat eigenlijk is. En langzaam komt dat stuk verdriet eruit.Een paar weken later, de laatste zaterdag van de herfstvakantie. Egon is naar een fotobeurs. Ik kom uit bed en ik ben verdrietig en al snel rollen de tranen over mijn wangen. Ik huil, huil, huil. Op een gegeven moment maak ik er zelfs geluid bij, ik schrik ervan. Het verdriet komt diep uit mijn binnenste. Ik ben op een bepaald moment zelfs zo wanhopig dat ik het uitgil: Help me dan toch. Maar de tranen blijven komen. Als Egon tegen vijf uur thuiskomt en me vraagt hoe mijn dag was doe ik iets dat ik niet snel doe: ik maak hem deelgenoot van mijn verdriet en vertel hem over mijn dag. Ik vraag hem om samen met mij naar een liedje van Guus Meeuwis te luisteren: Wees maar niet bang. Guus kan het beter verwoorden als ik, dit liedje gaat over mij, vertel ik Egon.

En als Guus begint te zingen begin ik opnieuw te huilen. En ik sta Egon toe om mij te troosten. Ik mag uithuilen met zijn armen om me heen, en dat voelt goed. Daarna vertel ik waarom dit liedje over mij gaat. Ik ken die angst, zeg ik. Welke angst?, vraagt Egon. Angst voor mensen, want die doen je pijn. En angst voor het leven, want leven doet pijn.

Dan twee weken geleden, woensdagochtend, leertherapie bij Wilma. Ik vertel haar over het grote verdriet dat naar buiten is gekomen. En dat ik zelfs geluid maakte bij het huilen. Goed zo, zegt ze. Ik kan echter niet goed verklaren waar al dat verdriet en die pijn vandaan komt. Ik heb toch niet zulke verschrikkelijke dingen meegemaakt die dit verdriet kunnen verklaren? Het hoeft ook niet per se groot te zijn, zegt Wilma.Dan houdt mijn ratio me weer eens voor de gek. Dan komt het vast door de allereerste herinnering die dateert uit mijn babytijd. Die heb ik al beschreven in mijn biografie voor leertherapie. Ik lig op de onderzoekstafel van een dokter, bloot. En ik vind het vreselijk naar. Ik wil niet aangeraakt worden. Er is veel licht, kou. Ik voel me hulpeloos en onmachtig. Er is niks wat ik kan doen. Wilma vraagt me of ik met haar terug wil gaan naar die herinnering zodat ik mezelf met terugwerkende kracht kan helen. Ze vraagt me ook of ik het echt wel wil. Of het niet de aangepaste Wendy is die haar een plezier wil doen. Maar ik voel van binnen, het “moet”. Ik moet terug in de tijd. Dus dat doen we. Aangekomen bij die herinnering vraagt Wilma me om de kleine baby te vertellen dat het goed is. Ik houd de kleine Wendybaby in mijn armen. Waar ik had verwacht dat dit heel emotioneel zou zijn was het dit niet. Logisch, want dit was niet de herinnering waar ik naar terug moest maar dat realiseerde ik me toen nog niet.

Bij thuiskomst vertel ik Egon kort over de leertherapie, dat ik ver ben teruggegaan in de tijd. Later die middag bouwt zich een enorme spanning op in mijn lichaam. Het is groot, zwaar, ik weet me geen raad met mezelf. Ga even naar boven op bed zitten. Nee, ik moet het niet alleen doen maar samen. Ik ga terug naar beneden, dan maar even op de bank liggen. Het zakt wel wat maar het gevoel blijft sterk aanwezig. Later die avond in bed vraag ik Egon of hij er voor me wil zijn de komende dagen. Ik denk nog: waarom dan toch? En ik zeg: er zit iets in mij, een gevoel dat groter is als ikzelf. Ik benoem ook woede als een deel van dit gevoel. Ik vraag hem om de volgende ochtend met mij naar het bos te gaan. Ik neem mijn honkbalknuppel mee dan kan ik me flink uitleven, grap ik nog.

En die donderdagochtend gaan we inderdaad naar het bos. En onderweg in de auto komt weer die film voorbij. Nee, ik wil het niet, ik kan het niet. Te veel, te groot, te pijnlijk. We beginnen te lopen in het bos, ik loop wel maar ik zie niet veel. Weer die film. Nee, het kan niet waar zijn. Langzaam word ik misselijk. Zou het dan toch? Zo meteen kots ik alles uit mijn lijf. Dan zie ik het bos om me heen. De zon schijnt, het heeft iets magisch, zoals ook Egon later zegt. Alsof het bos me uitnodigt, toe maar, gooi het er maar uit. Het is licht om je heen, dat zie je toch? Het is goed. Dan vraagt Egon hoe ik me voel. Ik antwoord dat ik misselijk ben. En langzaamaan geef ik woorden aan de film die zich al zo vaak in mijn hoofd is afgespeeld. Ik heb het gevoel dat er iets met me gebeurd is toen ik nog geen twee was en we vier weken inwoonden bij mijn oom en tante in Wouw. Hoe bedoel je, vraagt Egon. Ik heb het gevoel dat ome Cor iets met me gedaan heeft wat niet door de beugel kan. Wat dan? Wat denk je zelf, antwoord ik terug. En langzaam probeer ik ter vertellen over alle puzzelstukjes die op hun plek zijn gevallen. Het dringt allemaal nog niet goed tot me door maar Egon verklaart me niet voor gek en hij loopt ook niet gillend weg. De rest van de dag gaat als een soort roes aan me voorbij.

Dan vrijdagochtend bij Den Engel. De spanning loopt weer hoog op in mij. Dan ben ik aan de beurt om te vertellen over mijn week. Ik debatteer met mezelf, kan ik dit wel vertellen? Maar ik bijt door de zure appel heen en uiteindelijk aan het eind van mijn verhaal zeg ik het voor het eerst hardop: Ik ben als klein meisje van nog geen twee jaar seksueel misbruikt door mijn oom. Ik zeg erbij dat ik mezelf hoor praten en dat ik op dat moment niet bij mijn gevoel kan. Mee dat ik dat zeg begin ik te huilen. De groep komt bij me zitten en ik word getroost. Marjan draait een mooi nummer van Susan Boyle: I am who I was born to be. Daarna lieve woorden. Kitty zegt: wat lijkt me dat eng. En ik begin opnieuw te huilen. Als een moeder slaat Kitty haar armen om me heen en ze troost me, het kleine meisje dat zo gekwetst is. Ook nu huil ik met geluid. Daarna komt Marjan bij me zitten en zegt: het zal wel een beetje raar klinken maar ik ben eigenlijk een beetje blij voor je. Je bent nu aangekomen in de kern van al je angst en verdriet. Ze bevestigt ook wat ik al dacht: ze wist het al. Hoe kan het ook anders als ze me tweeënhalf jaar geleden uitnodigt voor een meditatiegroep met vrouwen die te maken hebben gehad met seksueel of geestelijk misbruik.Toen gooide ik het op geestelijk misbruik omdat ik eens een vriendje heb gehad die het nodig vond om me tot op het bot toe te vernederen. Maar nu blijkt het dan toch over mij te gaan. De dag daarna is het zaterdag en heb ik trainingsdag van school. Wilma geeft les. Als ik die ochtend opsta zitten de tranen al hoog. Ik besluit om voor  de dag begint Wilma in te lichten en ik vraag haar of ze even tijd voor me heeft. Ook aan haar vertel ik over de film in mijn hoofd. En ook Wilma bevestigd dat ze het al wist vanaf de eerste dag dat ik bij haar kwam. Nu is het dus echt. Er is geen ontkomen meer aan. Ik word niet voor gek verklaard. Juist niet. Ook Wilma is “blij” voor me. Ik bevind me in de kern van mijn pijn en verdriet en nu kan ik aan het rouw- en verwerkingsproces beginnen. Mijn verstand begint te ratelen. Moet ik dit aan mijn ouders vertellen? Mijn oom is dood maar mijn tante leeft nog. Wilma adviseert me om eerst tijd voor mezelf te nemen om dit allemaal te verwerken en dan te besluiten of ik het wil vertellen.

Ook nu vloeien de tranen en mensen uit mijn klas zien dat ik het moeilijk heb. Ik vraag Wilma wat ze er van vindt als ik dit met de groep zou delen. Dan weten ze in één keer allemaal wat er met me aan de hand is. Wilma zegt met dat ik het alleen moet doen als de groep veilig genoeg voelt voor mij. Dat is zo. En met Wilma en Nathalie aan mijn zij vertel ik aan de klas wat er met me aan de hand is. Ontzettend moeilijk en confronterend maar achteraf voel ik dat het goed is zo. Dit is wie ik nu ben. Als ik thuiskom dwing ik mezelf om het ook hardop tegen Egon te zeggen. Ik krijg de woorden amper uit mijn strot. Aarzelend zeg ik: ik ben seksueel misbruikt door ome Cor. Dat wisten we donderdagochtend toch al, is zijn reactie. Ik heb het gevoel dat ik hem niet bereik. Dat hij niet ziet hoe groots en overweldigend dit voor mij is. En ik kan het hem op dat moment niet duidelijk maken. Voor hij gaat werken vraag ik hem of hij samen met mij naar Marjan wil. Dat wil hij gelukkig. Ik vraag hem wat hij voelt. Ik denk dat we er samen wel uitkomen, zegt hij.

Vanaf het moment dat ik het geuit heb valt er zoveel op zijn plek. Mijn angsten, altijd mezelf aanpassen, nooit het gevoel ergens bij te horen, altijd wachten op de klap, mijn probleem met eten, verstoord zelfbeeld, gebrek aan zelfvertrouwen, geen grenzen aan kunnen geven, en last but not least problemen met mijn seksualiteit. Schaamte voor mijn lichaam. Ik heb mezelf zo vaak afgevraagd wat er mis was met mij. Waarom mag het licht niet aan, waarom mag hij mij niet zien? Waarom word ik inwendig boos als hij mij onverwachts aanraakt in bed? Waarom schreeuw ik het binnensmonds uit: blijf alsjeblieft van me af. Hoe kan dat nou? Dit is de man waar ik van hou, hoe kan ik nou toch zo op hem reageren? Ligt het aan hem? Nee, dat kan niet, dit is dezelfde man waar ik verliefd op werd. Ligt het aan mij dan? Zou ik dan lesbisch zijn? Maar ik heb nog nooit gevoelens gehad voor een vrouw. Nee, dat is het ook niet. Maar nu wordt me alles duidelijk. Waarom ik ben zoals ik ben. Nu eindelijk na al die jaren vechten tegen mezelf snap ik het. En dat brengt allerlei gevoelens met zich mee, pijn, verdriet, woede, schuld, schaamte. Het is te groot om het allemaal in één keer te kunnen behappen. Maar ik ga het aan. Wij gaan het aan. We gaan samen naar Marjan en daar zijn we allebei open en eerlijk. Er is niks liever dat ik wil dan de man waar ik zoveel van hou weer volledig en compleet toe te laten in mijn leven. Dat gaat van mijn kant de nodige inspanning vergen. Ik zal mezelf keer op keer opnieuw moeten overwinnen, de schuld en de schaamte voorbij.

Egon spreekt zijn vertrouwen in mij uit en geeft aan geduldig te willen zijn. Dat haalt voor mij de druk eraf. Ik krijg de tijd en de ruimte om hiervan te herstellen. We gaan elkaar, en ik mezelf opnieuw ontdekken en dat voelt goed. Ik ben beschadigd. Nu voelt het nog rauw en pijnlijk. Maar stilletjes aan zal het een litteken worden. Een herinnering aan een ver verleden. Maar niet langer een herinnering die mijn leven in het hier en nu bepaald. Dat laat ik niet gebeuren.